• Een Leven Lang Leren, waar wachten we nog op?

    Maandag 23 januari belegde de Tweede Kamer een hoorzitting over Leven Lang Leren.

     
     

  •  

    Maandag 23 januari belegde de Tweede Kamer een hoorzitting over Leven Lang Leren (hier kun je de hoorzitting terugkijken). Met als prangende vraag: ‘Waarom doen we het nog zo weinig?’
    Dat blijven leren nodig is, zal niemand ontkennen. Toch weigeren we massaal die schoolbankjes weer in te gaan zodra we begonnen zijn met werken. Het is een vraag met vele antwoorden. Dat bleek alleen al uit de diversiteit aan gasten op de hoorzitting; uit de wetenschap, onderwijsinstellingen, bedrijven, scholingsfondsen, vakbonden. Vanuit James en CNV schoof ik aan om mee te denken. Mooi, want bij James hebben we wel een antwoord of vijf.

    Eén van de antwoorden is dat de meesten van ons niet zomaar een opleiding gaan volgen. Om er naast je werk tijd voor vrij te maken, willen we het ergens voor doen. Dat kan zijn bijblijven in je vak, ervoor zorgen dat je breder inzetbaar bent of de stap maken naar nieuw werk. En voor je dat doel helder hebt, zal je jezelf vragen moeten stellen. Het helpt daarbij als je leidinggevende dit durft te bespreken of als je gebruik kunt maken van een loopbaancoach. Daarom koppelen we bij James leren aan loopbaangesprekken, en maken vakbonden afspraken over bijvoorbeeld driejaarlijkse loopbaan APK’s.

    Het helpt natuurlijk ook als je baas het vertrouwen heeft dat jouw ontwikkeling het bedrijf ten goede komt. En je niet teveel stuurt in wat je zou moeten leren. In onze bezoeken aan bedrijven komen we gelukkig genoeg van dat soort werkgevers tegen. Van een kippenslachter in het noorden waar we de vrije hand kregen om op zeepkistjes mensen enthousiast te maken. Tot een havenbedrijf waar mensen een eigen scholingsbudget hebben. Maar we kwamen ook nog genoeg mensen tegen die bang waren voor de reactie van hun leidinggevende, of zelfs collega’s. ‘Als ik vertel dat ik die cursus doe, dan denken ze allemaal dat ik baasje wil worden, en dan gaat mijn kop eraf’, verzuchtte iemand. En volgde daarom een cursus van zijn eigen geld, in zijn eigen tijd.

    Aan de kant van de opleidingen kan nog het één en ander worden verbeterd. Er is meer aandacht nodig voor het leren op de werkvloer, en voor het erkennen van opgedane ervaring. Dus niet bij nul beginnen, maar eerst in kaart brengen wat iemand al kan. De tijden en locaties sluiten vaak slecht aan bij het werk. En, vult mijn James collega, loopbaanonderzoeker Tom Luken, dan altijd aan: Pas op voor ‘foreclosure’. Waarmee hij bedoelt, dat veel opleidingen studenten te snel in het hokje van hun keuze stoppen. Waardoor we er nog steeds van uitgaan dat dat dan het vak zal zijn waar we de rest van ons leven in door moeten.

    Vervolgens hebben we de middelen nodig om die opleiding ook te betalen. Bij James en CNV werken we met individuele budgetten. Een budget waarin je zelf kunt sparen, waar je werkgever of de sector in kan storten en dat je mee kunt nemen van de ene naar de andere werkgever. Het is een manier om de regie weer terug te halen naar werknemers. Veel werkenden vinden het lastig om aan te kloppen bij hun werkgever, bij een sectorfonds of bij de overheid. Ze weten niet precies waar ze recht op hebben en veel regelingen bestaan maar tijdelijk. Onze ervaring is dat mensen het geld in hun eigen potje op een effectieve manier besteden aan de nodige opleiding of coaching.

    Dat zijn al vast wat antwoorden. En vast niet uitputtend. Om eindelijk een grote beweging op gang te krijgen zijn veel partijen nodig. Maar het begin van de beweging kan alleen liggen bij de verpleger, chauffeur, bankier, leerkracht, verkoper, operator, installateur die besluit dat het tijd wordt voor een volgende stap.

    Karlien Haak