• Verkopen is geen bijbaan

    Natuurlijk mis ik dat. Iemand die mij kan helpen met: wat mijn kwaliteiten zijn en m’n vaardigheden.

     
     

  •  

    Natuurlijk mis ik dat. Iemand die mij kan helpen met: wat mijn kwaliteiten zijn en m’n vaardigheden? Dat is iets waar ik zelf gewoon geen duidelijk zicht op heb. Dat zou me wel wat sterker maken in het beslissen waarom ik reageer op een vacature of welke richting ik dan op zou willen’.

    ‘Het wordt als een bijbaan gezien, terwijl dat het echt totaal niet is. Maar, ze zeggen ook allemaal als je in een winkel werkt; maar wil je daar over 10 jaar nog steeds werken dan of…..? Denk je wel dat je dat tot je pensioen gaat doen?’

    Treffende citaten uit interviews met verkoopmedewerkers. Deze interviews zijn onderdeel van een onderzoek dat we bij James, vanuit het programma Youfit@Retail, afgelopen jaar hebben uitgevoerd. De centrale vraag was: wat zijn mogelijkheden om de zelfregie in de loopbaan van werknemers in de detailhandel te versterken? We interviewden medewerkers in het MKB. Denk aan verkoopmedewerkers of storemanagers in modebranche, dierenwinkel, of bakkerij. Uitgangspunt van de interviews was een theoretisch model van gedragsverandering. 

    Gedrag komt voort uit een intentie tot verandering, en deze intentie wordt beïnvloed door drie factoren:
    • de attitude: de positieve of negatieve houding ten aanzien van bepaald gedrag
    • de sociale omgeving: de subjectieve norm zoals die in een bepaalde context geldt;
    • de eigen effectiviteit: de mate waarin de medewerker het (zelf)vertrouwen heeft het gewenste gedrag te kunnen vertonen.

    Rond deze thema’s voerden we zinvolle en rijke gesprekken met medewerkers over hun baan, het beeld van eigen loopbaan en over de vraag hoe zij aankijken tegen de toekomst van de eigen winkel en/of branche. In welke mate ervaren zij dreiging of spanning als het gaat om die toekomst? Hoe spelen ze hier zelf op in? Ervaren ze steun vanuit het werk of de privéwereld?

    Het beeld dat uit het onderzoek naar voren komt is dat de meeste medewerkers behoorlijk tevreden zijn met hun werk als verkoper. Het geeft voldoening en met name het werken voor en met elkaar blijkt een belangrijke bron van motivatie. Over de toekomst van het (eigen) werk en/of de branche is men best optimistisch. Wel er is bij met name oudere werknemers de meer persoonlijke vraag hoe dit lichamelijk vaak zware werk zich verhoudt tot de eigen gezondheid: ‘hoe houd ik het vol?’ De stap van ‘baan naar loopbaan’ is voor anderen nog ver weg en iets voor ‘straks’. Interessant is dat veel van de geïnterviewden wel degelijk bezig blijken met plannen of concrete acties voor de verdere toekomst, en dus hun loopbaan, maar dit niet echt als zodanig ervaren. Er blijkt dus ook ‘onbewust loopbaangedrag’ te bestaan.

    Samen met de sector gaat James nu verder op zoek naar mogelijkheden om de loopbaanzelfregie te versterken. Duidelijk is dat het gesprek over de toekomst, zowel van de winkel als van de medewerker, meer expliciet op de agenda moet komen te staan. Daarnaast kan het team en de collegialiteit beter benut worden voor loopbaanontwikkeling in de detailhandel, bijvoorbeeld door leren en ontwikkelen onderling te stimuleren. Maar ook concrete begeleiding rond loopbaanvragen, zoals verwoord in bovengenoemd citaat, kan mensen helpen om grote en kleine stappen te (leren) zetten. Ook verkopers verdienen immers alle steun om hun (toekomstige) match met het werk goed te kunnen houden.

    Jouke Post