• Waarom het ‘ontwikkelpotje van Koolmees’ nog geen doorbraak oplevert

    Op 3 juni stuurden minister Koolmees en minister Van Engelshoven een brief naar de Tweede Kamer

     
     

  •  

    Op 3 juni stuurden minister Koolmees en minister Van Engelshoven een brief naar de Tweede Kamer over de ‘Voortgang individuele leerbudgetten’. De ambitie is hoog: ‘Het kabinet wil mensen stimuleren om zelf regie te nemen over hun loopbaan en hun leven, zodat zij zich kunnen blijven ontwikkelen en hun eigen keuzes kunnen maken’. Deze ambitie wordt uitgewerkt in een aantal plannen. Het kabinet wil betere voorlichting geven over de –al bestaande- private leerrekening. Het kabinet wil de fiscale scholingsaftrek omvormen tot een publiek ontwikkelpotje, het STAP budget, waarvoor mensen kunnen aankloppen bij het UWV. En het kabinet wil onderwijs meer flexibiliseren zodat mensen er eenvoudiger gebruik van kunnen maken.

    Woensdag 12 juni werd er in de Tweede Kamer gedebatteerd over deze plannen. Tweede Kamerlid Dennis Wiersma (VVD) vroeg Minister Koolmees: “Maar waar kunnen mensen nu aankloppen, wat is het loket voor al die potjes?” De reactie van de minister was begrijpelijk, maar onbevredigend: “Dit is een zoektocht, gun ons de tijd, we gaan eerst uitproberen wat er werkt.” De minister voegde daaraan toe dat het prima is als de markt het oppakt, en scholingsadvies gaat geven of leerrekeningen aanbieden, en dat daarbij duizend bloemen mogen bloeien. Met dat antwoord konden de Kamerleden leven.

    Ik heb drie fundamentele bezwaren tegen deze aanvliegroute. Ten eerste, de zoektocht naar manieren om een ‘Leven Lang Ontwikkelen’ te stimuleren is niet pas net op gang gekomen, we hebben al tientallen jaren de tijd gehad om ervaringen op te doen. We hebben scholingsvouchers, campagnes, fiscale scholingsaftrek en kredieten, en noem het maar op, zien opkomen en ondergaan. We hebben talloze onderzoeken gedaan, een scherp beeld van wat de obstakels zijn en van wat de landen om ons heen (Zweden, België, Schotland, ..) doen om zoiets wel structureel te regelen. Kortom, de periode van ‘trial–and-error’ zou inmiddels wel voorbij moeten zijn.

    Het tweede bezwaar is dat, waar de ambitie spreekt van het ‘stimuleren van eigen regie’, het kabinet de regie niet echt in handen legt van de werkenden. De (private) leerrekening blijkt onder de huidige fiscale wetgeving toch vooral een potje waar de werkgever –en niet de werknemer- regie over houdt. En hoe fijn het ook is dat er vanuit de overheid wordt meegedacht over het ruimte creëren voor iets meer keuzevrijheid van werkenden, dat is nog iets anders dan ‘het eigen leerpotje’ waar we bij James al jaren voor strijden. Ook voor het STAP-budget zullen werkenden straks aan moeten kloppen bij een (overheids)instantie. Het ideaal van een potje waarmee je op je eigen manier op je eigen moment kunt investeren in je ontwikkeling, is voor ons nog lang niet bereikt. Is dat een onoverkomelijk probleem? Wel vanuit de gedachte van ‘regie geven’. We moeten met elkaar erkennen dat de belangen van werkgever (hoe houd ik goede gemotiveerde mensen), van de overheid (hoe benutten we het arbeidspotentieel zo goed mogelijk) en van de individuele werkende (hoe houd ik mijn –toekomstig- werk leuk, zinvol, passend) lang niet altijd parallel lopen. Als je als maatschappij echt eigenaarschap voor werkenden wil, zal je meer moeten doen dan werkenden af en toe wat middelen toeschuiven, onder voorwaarden die niet de hunne zijn.

    Het derde bezwaar is de kansenongelijkheid die er altijd is op de arbeidsmarkt. Helaas is het een utopie dat als we iedereen maar een budget en een loopbaan APK bieden, mensen gelijke kansen hebben om werk te vinden en te behouden. Dat zal voor een fors deel van de mensen een taaie uitdaging blijven. En dus moet er soms geactiveerd, geadviseerd en geholpen worden. Bij James hebben we ervaren dat we de werkplek op moeten gaan, de kantine in, de winkel, de fabriek. Dat we vertrouwen moeten winnen, drempels weghalen. Dat is niet iets dat de markt van ons gaat overpakken.

    Laat 1000 bloemen bloeien, betekent óók dat werkenden straks nog slechter hun weg kunnen vinden. Voor een gelijk(er) speelveld is de overheid, en ook de vakbeweging nodig. Om niet alleen nette salarissen af te dwingen, maar ook scholingsmiddelen en loopbaanbegeleiding. Om werkenden te organiseren en naast ze te gaan staan als ze lastige loopbaanstappen moeten zetten. Daar hebben we als James de afgelopen jaren onze nek voor uit gestoken en dat blijven we doen. We hopen dat we met de overheid hierin alsnog die doorbraak gaan realiseren.

    Karlien Haak

    Het debat over leven lang ontwikkelen terugzien? Kijk het debat hier terug.

    Meer lezen over James visie op leven lang ontwikkelen’. Lees hier het artikel ‘Willen we leren, dan gaan we leren!’