In de rij voor de Omscholingswasstraat

454

Het is dringen geblazen voor de grote Omscholingswasstraat. Een gespannen rumoer gaat door de rij. ‘Hoe hoop jij dat je eruit komt?’; ‘Ze zeggen dat wij sowieso verzorgenden of fruitplukkers worden’; ‘Met mijn rugklachten?’; ‘Ik las in de folder dat dat niet uitmaakt’; ‘Komen wij nog wel aan de beurt dan?’. De organisatie is strak. De Ambtenaar leidt de wachtenden via het loket Advies, naar het loket Cursus en vervolgens in de armen van een legertje Bazen in de regio. Afvallers buigen af naar het Uitkeringshoekje. Als het loket Advies overbelast raakt, ontstaat er even rumoer, maar de Ambtenaar weet raad. De rest van de wachtenden mag direct door naar het loket Cursus.

In crisistijd, gaan veel van de dromen van beleidsmakers ongeveer zoals hierboven. En zo worden ook de regelingen opgetuigd. Subsidie voor Ontwikkeladvies, subsidie voor Omscholing, Regionale netwerken van werkgevers en gemeentes die vacatures uitwisselen. Maar tussen droom en daad zit een weerbarstige werkelijkheid.

Het kan leerzaam zijn in te zoomen op de rij van werkenden, wie staan er zoal in? Het zijn de mensen die we bij James elke dag ontmoeten:

  • Janny bijvoorbeeld. Ze is Schoonmaker en wil een opleiding volgen om de Zorg in te gaan. Ze klopt aan bij het Scholingsfonds Schoonmaak en Janet verkent met haar welk beroep haar het best zou passen. Janny maakt al schoon in een ziekenhuis en raadpleegt collega’s daar. Ze komt tot de conclusie dat Voedingsassistente beter past. Janny en Janet vragen de opleiding aan, Janny slaagt met vlag en wimpel, en vindt een baan in haar Ziekenhuis. Lees het verhaal van Janny.
  • Martijn wilde als jonge jongen boer worden, maar kiest toch voor het vak van Timmerman. Hij is onrustig, blijft cursussen volgen. Met Frank zoekt hij uit wat bij hem past, hij wil flexibeler zijn, korter op een klus zitten. Zijn werkgever heeft daar oren naar. Martijn zet de stap naar uitvoerder, en voert in die rol nu kortere projecten uit, zoals de restauratie van de kerktoren in Waalwijk. Kijk naar het verhaal van Martijn.
  • Of Monique. Ze komt op straat te staan na het faillissement van Didi. Haar laatste werkdagen voelen als een begrafenis. Monique’s hart blijft bij de Retail. Met Hilde neemt ze tijd om haar oude baan los te laten en gaat ze op zoek naar een nieuwe toekomst. Met vallen en opstaan. Lees het verhaal van Monique.

Gemene deler van deze en andere verhalen is dat het gaat om mensen die geen standaard routes afleggen. Soms komt de stap uit noodzaak, en soms uit eigen wens. Wat volgt is een weg met onverwachte afslagen, soms een intensief scholingstraject, vaak ook met persoonlijke begeleiding. Veel van hen maken gebruik van sectorprogramma’s die door sociale partners worden afgesproken. Dit zijn grotendeels tijdelijke programma’s, waar elk jaar opnieuw sectorgeld voor gevonden moet worden.

Het is keihard nodig dat de overheid in crisistijd bouwt aan een extra fundament onder deze programma’s. De resultaten van recente crisismaatregelen vallen echter nog tegen. De subsidiepot voor het NL leert door Ontwikkeladvies was in vier weken leeg, terwijl nog velen in de rij wachten. Dat is niet bevorderlijk voor het vertrouwen van mensen die met de nodige onzekerheid, een stap durven zetten. Voor de omscholingstrajecten dreigt hetzelfde. Laten we daarom alsjeblieft in toekomstige plannen blijven aansluiten bij de vragen van toekomstige Janny’s, Martijns en Moniques. Ze willen heus, ze maken hun eigen keuzes, zijn niet in één mal te duwen, én zijn gebaat bij lange termijn programma’s met een goede gids.

Karlien Haak

Meer Opinie